Hoe periodiseer je Isometrische Krachttraining binnen de trainingsweek? (deel 2)

Auteur: Jelmer Siemons
Datum: 21-07-2026
Categorie: Blog
Onderwerp: Het periodiseren van Isometrische Training (deel 2)

Hoe periodiseer je isometrische krachttraining?

Isometrische krachttraining heeft de afgelopen jaren een vaste plaats veroverd binnen de fysieke voorbereiding van voetballers. Waar deze trainingsvorm lange tijd vooral werd toegepast tijdens revalidatie of bij peesklachten, zien we tegenwoordig dat steeds meer performance coaches en fysieke trainers isometrische oefeningen inzetten om maximale kracht, explosiviteit, peesstijfheid en belastbaarheid te ontwikkelen.

Toch gaat de aandacht in de praktijk vaak vooral uit naar welke oefening wordt gekozen. Er wordt nagedacht over de juiste gewrichtshoek, spierlengte, intensiteit en contractieduur. Minstens zo belangrijk is echter de vraag wanneer je een bepaalde isometrische prikkel aanbiedt.

Niet iedere isometrische oefening veroorzaakt namelijk dezelfde vermoeidheid. Sommige varianten kunnen meerdere keren per week worden uitgevoerd, terwijl andere juist meer herstel vragen dan een zware krachttraining. Een goede periodisering bepaalt daarom in grote mate hoeveel rendement je uiteindelijk uit isometrische training haalt.

In de vorige blog zijn we dieper ingegaan op de vraag Wat is Isometrische Krachttraining? In deze blog lees je hoe je verschillende vormen van isometrische krachttraining slim kunt programmeren binnen een trainingsweek en hoe je rekening houdt met de veldbelasting, het aantal dagen tussen wedstrijden en de individuele behoeften van de speler.

Wil je je verder verdiepen in dit onderwerp? Op woensdag 12 augustus 2026 van 20.00 tot 20.45 uur verzorgt Darsenio Biezen, fysiotherapeut van het eerste elftal van AZ Alkmaar, de gratis online masterclass ‘De Kracht van Isometrische Training’ (deel 1). Tijdens deze sessie deelt hij de wetenschappelijke achtergronden én de praktische toepassingen van isometrische krachttraining.

Een kleine twee weken later, op zondag 23 augustus 2026, bouwt Darsenio hier tijdens de JES Soccer Performance Day 2026 in Zwolle op voort. In deze praktische sessie vertaalt hij de theorie naar concrete oefeningen en toepassingen die je direct kunt inzetten binnen de dagelijkse voetbalpraktijk.

Waarom periodiseren?

Het doel van periodiseren is eenvoudig: de juiste trainingsprikkel op het juiste moment aanbieden. De belasting moet groot genoeg zijn om adaptatie te veroorzaken, maar niet zo hoog dat de kwaliteit van de volgende training of wedstrijd eronder lijdt.

Bij traditionele krachttraining is dit principe vaak vanzelfsprekend. Een zware squat- of deadlifttraining veroorzaakt veel vermoeidheid en wordt daarom meestal niet één of twee dagen voor een wedstrijd gepland. Bij isometrische training is dat minder duidelijk. Veel trainers spreken over “isometrische training” alsof het één trainingsvorm is, terwijl de verschillen tussen de oefeningen juist enorm zijn.

Een korte explosieve isometrische contractie kan nauwelijks vermoeidheid veroorzaken, terwijl een lange maximale hold of een zware iso-switch juist een flinke neurologische en mechanische belasting oplevert. Het is daarom niet voldoende om alleen te bepalen óf een speler isometrisch traint. Je moet ook weten welke variant wordt gebruikt, hoe lang de contracties duren, hoeveel volume wordt uitgevoerd en hoeveel herstel daarvoor nodig is.

Niet iedere isometrische oefening is even belastend

Binnen isometrische krachttraining bestaan verschillende uitvoeringsvormen. Een isometric push is gericht op het produceren van zoveel mogelijk kracht tegen een onbeweeglijk object. De speler probeert maximaal te duwen, terwijl er geen zichtbare beweging plaatsvindt.

Bij een isometric hold is het doel juist om een positie vast te houden tegen een externe weerstand. De spier produceert kracht om een bepaalde houding te behouden. Hoewel beide oefeningen isometrisch zijn, verschillen ze in belasting en trainingsdoel.

Daarnaast zijn er ballistische varianten waarbij de nadruk ligt op het zo snel mogelijk ontwikkelen van kracht. Door de korte contractieduur veroorzaken deze oefeningen relatief weinig vermoeidheid en zijn ze uitstekend geschikt als activatie of primer richting een training of wedstrijd.

Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de zogenoemde quasi-isometrische oefeningen, zoals iso-switches en iso-catches. Hierbij moet een speler een snelle belasting opvangen of controleren. Deze oefeningen lijken qua belasting meer op intensieve plyometrische training en vragen daarom doorgaans meer herstel.

Het is dus niet juist om alle isometrische oefeningen over één kam te scheren. De gekozen oefenvorm bepaalt in belangrijke mate hoeveel vermoeidheid ontstaat en hoe vaak een trainingsprikkel binnen een week kan worden herhaald.

Intensiteit en volume bepalen de herstelbehoefte

Naast de oefenvorm speelt ook de dosering een belangrijke rol. Een maximale push van acht seconden vraagt aanzienlijk meer van het neuromusculaire systeem dan een maximale contractie van drie seconden. Ook het totale volume bepaalt hoeveel herstel nodig is.

Een speler die vijf maximale contracties van drie seconden uitvoert, zal meestal sneller herstellen dan een speler die meerdere contracties van tien of twintig seconden uitvoert. Daarbij maakt het eveneens verschil of iedere herhaling volledig tot uitputting wordt uitgevoerd of dat de speler bewust enige reserve overhoudt.

Juist die reserve maakt het mogelijk om kwalitatieve prikkels vaker binnen dezelfde week aan te bieden. Door niet iedere contractie volledig uit te melken, blijft de kwaliteit hoog en kan de trainingsfrequentie omhoog zonder dat de vermoeidheid onnodig oploopt.

Dit betekent dat een hoge intensiteit niet automatisch gelijk staat aan een hoge vermoeidheid. Een korte maximale contractie met een beperkt volume kan relatief snel worden herhaald, terwijl een langere contractie op een matige intensiteit juist veel lokale spiervermoeidheid kan veroorzaken.

Dagelijks isometrische training?

Regelmatige blootstelling aan isometrische krachttraining lijkt gunstig voor de ontwikkeling van kracht en peesadaptatie. Dat betekent echter niet dat spelers iedere dag zware maximale contracties moeten uitvoeren.

Het is juist de afwisseling tussen zware en lichte prikkels die een hoge trainingsfrequentie mogelijk maakt. Op de ene dag kan de nadruk liggen op maximale kracht, terwijl de volgende dag wordt gekozen voor een korte ballistische variant of een lichte hold. Op die manier ontstaat een reeks kleine kwalitatieve prikkels zonder dat de speler voortdurend vermoeid raakt.

Binnen de topsport wordt deze aanpak vaak aangeduid als microdosing. In plaats van één grote wekelijkse krachtprikkel worden meerdere kleinere prikkels over de week verdeeld. Zeker binnen het voetbal, waar veldtraining en wedstrijden leidend zijn, is dit een praktische manier om fysieke kwaliteiten te onderhouden en verder te ontwikkelen.

De koppeling met de trainingsweek

Een logische manier om isometrische training te programmeren is door de gekozen oefenvorm af te stemmen op het thema van de trainingsdag. Op een dag waarop maximale kracht centraal staat, passen zware isometrische pushes uitstekend. De speler kan dan eerst een beperkte hoeveelheid traditionele krachttraining uitvoeren en vervolgens een maximale knie-, heup- of enkelpush uitvoeren.

Wanneer de nadruk ligt op snelheid en explosiviteit, sluiten ballistische isometrische varianten beter aan. Deze oefeningen stimuleren een snelle krachtontwikkeling en combineren goed met sprinttraining, sprongen of andere explosieve oefeningen.

Op dagen waarop meer volume wordt getraind of de nadruk ligt op spier- en peesontwikkeling, kunnen langere isometrische holds een geschikte keuze zijn. Vooral oefeningen op lange spierlengte worden vaak gebruikt om de belastbaarheid van spieren en pezen verder te ontwikkelen.

Door de inhoud van de krachttraining af te stemmen op de veldtraining ontstaat een logische opbouw. De verschillende trainingsprikkels versterken elkaar in plaats van elkaar tegen te werken.

 

De positie binnen de trainingsweek

In een normale voetbalweek met één wedstrijd is het verstandig om de zwaarste isometrische belasting vroeg in de week te plannen. Op dat moment is er voldoende tijd om volledig te herstellen voordat de volgende wedstrijd plaatsvindt.

Zware holds op lange spierlengte of intensieve iso-switches worden daarom vaak uitgevoerd op de zwaarste trainingsdag, bij voorkeur wanneer daarna een rustdag volgt. De speler profiteert dan optimaal van de trainingsprikkel zonder dat de kwaliteit van de volgende veldtraining afneemt.

Naarmate de wedstrijd dichterbij komt, verschuift de nadruk geleidelijk richting kortere en minder vermoeiende oefeningen. Ballistische pushes zijn hiervoor bijzonder geschikt. Ze zorgen voor een krachtige neurale activatie zonder veel vermoeidheid op te bouwen en kunnen daardoor zelfs één dag voor de wedstrijd of tijdens de warming-up worden gebruikt.

Deze opbouw sluit goed aan bij het principe dat de trainingsbelasting richting de wedstrijd geleidelijk afneemt, terwijl de bewegingssnelheid en kwaliteit juist hoog blijven.

Het periodiseren van isometrische krachttraining bij één of twee wedstrijden per week

Niet iedere periode tussen twee wedstrijden is even lang. In het profvoetbal spelen teams regelmatig twee wedstrijden per week, terwijl er in andere periodes juist een volledige trainingsweek of zelfs langer beschikbaar is. De beschikbare tijd tussen wedstrijden bepaalt in grote mate hoeveel trainingsbelasting een speler kan verwerken en welke vorm van isometrische krachttraining het meest geschikt is.

Wanneer er slechts drie of vier dagen tussen twee wedstrijden zitten, is de ruimte voor zware trainingsprikkels beperkt. De belasting van de vorige wedstrijd is nog aanwezig en de voorbereiding op de volgende wedstrijd begint al snel. In deze periode wordt daarom vaker gekozen voor kortere maximale pushes of ballistische varianten, omdat deze minder restvermoeidheid veroorzaken dan langdurige holds of oefeningen op lange spierlengte.

Bij een wedstrijdinterval van zes of zeven dagen ontstaat meer ruimte om gerichter aan krachtontwikkeling te werken. Zwaardere holds, oefeningen op lange spierlengte en maximale pushes kunnen dan beter worden ingepland, mits ze goed aansluiten bij de overige trainingsbelasting gedurende de week.

Wanneer er acht dagen of meer tussen twee wedstrijden zitten, is er doorgaans de meeste ruimte om extra trainingsvolume toe te voegen. Dit biedt mogelijkheden om zwaardere of aanvullende isometrische trainingsprikkels in te plannen, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de frisheid richting de volgende wedstrijd.

Stem de oefening af op de veldbelasting

Een interessante manier van programmeren is het koppelen van de isometrische oefening aan het loop- of voetbalthema van de dag. Tijdens een acceleratietraining ligt de nadruk bijvoorbeeld op het ontwikkelen van grote krachten vanuit relatief gebogen gewrichtsposities. Een knie- of heupgerichte isometrische push sluit daar uitstekend bij aan.

Op dagen waarop maximale sprintsnelheid centraal staat, krijgt de enkel een belangrijkere rol. Ballistische enkelpushes of lichte iso-switches kunnen dan een waardevolle aanvulling zijn. Wanneer de training veel afremmen en veranderen van richting bevat, kunnen juist knieholds of gecontroleerde iso-catches bijdragen aan het vergroten van de belastbaarheid.

Door de gekozen oefening af te stemmen op de dominante belasting van de veldtraining ontstaat meer specificiteit. De speler ontwikkelt kracht in de posities en bewegingspatronen die tijdens de training of wedstrijd daadwerkelijk worden gevraagd.

Isometrische training als hoofdoefening, aanvullende oefening of in combinatie met explosieve training

Isometrische training hoeft niet altijd dezelfde plaats binnen een krachttraining te krijgen. Wanneer maximale krachtontwikkeling het belangrijkste doel is, kan een isometrische oefening als hoofdoefening worden uitgevoerd. De speler begint de training dan bijvoorbeeld met een maximale heup- of kniestrekking, terwijl hij nog volledig fris is. Traditionele krachttraining wordt vervolgens gebruikt als aanvullende trainingsprikkel.

Wanneer traditionele krachttraining de basis vormt van het programma, kan een isometrische oefening juist als aanvullende oefening worden ingezet. Na squats, split squats of deadlifts kan bijvoorbeeld een enkelhold of heuppush worden toegevoegd om een specifieke zwakke schakel extra te belasten.

Een derde mogelijkheid is het combineren van een isometrische oefening met een explosieve beweging. Door beide oefeningen direct na elkaar uit te voeren, kan de explosieve prestatie worden versterkt. Denk bijvoorbeeld aan een maximale knee push gevolgd door een squat jump of een ballistische enkelpush gecombineerd met een drop jump. De eerste oefening verhoogt de neuromusculaire activatie, waarna de speler deze kracht direct probeert te vertalen naar een explosieve beweging.

Welke aanpak het meest geschikt is, hangt uiteindelijk af van het trainingsdoel, de fase van de trainingsweek en de individuele behoeften van de speler.

Individualiseren blijft de sleutel

Misschien wel het belangrijkste uitgangspunt is dat niet iedere speler hetzelfde programma nodig heeft. De ene speler heeft een uitstekende knie-extensiekracht, maar mist kracht rond de heup. Een andere speler beschikt juist over voldoende maximale kracht, maar heeft moeite om snel kracht te ontwikkelen. Weer een andere speler heeft een voorgeschiedenis van peesklachten en reageert beter op langere holds dan op explosieve varianten.

Het heeft daarom weinig zin om alle spelers exact hetzelfde isometrische programma te laten uitvoeren. Een goede analyse van de fysieke kwaliteiten helpt om te bepalen welke gewrichten, spiergroepen of contractievormen de meeste aandacht verdienen. Vervolgens kan de trainingsbelasting over de week worden verdeeld, zodat iedere speler de prikkels krijgt die voor hem of haar het meeste rendement opleveren.

Conclusies en aanbevelingen

Isometrische krachttraining kan binnen een voetbalweek op verschillende manieren worden ingezet. Afhankelijk van de gekozen oefenvorm kan de nadruk liggen op maximale kracht, snelheid van krachtontwikkeling, peesbelasting, spierarchitectuur, stabiliteit of het opvangen van hoge krachten. Juist doordat deze vormen sterk verschillen in vermoeidheid en herstelbehoefte, is een doordachte periodisering noodzakelijk.

Ballistische oefeningen veroorzaken meestal relatief weinig vermoeidheid en kunnen daardoor vaker en dichter op de wedstrijd worden toegepast. Zware maximale pushes vragen meer aandacht voor contractieduur, totaalvolume en de beschikbare hersteltijd. Lange holds, iso-switches en iso-catches leveren doorgaans een grotere musculaire of mechanische belasting op en passen daarom vooral op momenten waarop voldoende herstel beschikbaar is.

De juiste programmering begint niet bij de vraag hoeveel isometrische oefeningen je in een week kunt uitvoeren. Het vertrekpunt is welke prikkel een speler op dat moment nodig heeft, welke belasting al op het veld plaatsvindt en hoeveel tijd beschikbaar is tot de volgende wedstrijd. De oefenvorm, de dosering en de positie binnen de trainingsweek moeten steeds in samenhang worden beoordeeld.

Houd bij het periodiseren van isometrische training rekening met de volgende aanbevelingen:

  • Plan zware holds, oefeningen op lange spierlengte en intensieve iso-switches bij voorkeur vóór een rustdag of op voldoende afstand van de wedstrijd.
  • Gebruik korte maximale pushes wanneer maximale kracht een ontwikkelpunt is, maar beperk het totale volume en bewaak de kwaliteit van iedere herhaling.
  • Schakel richting de wedstrijd geleidelijk over naar lichtere, kortere en meer ballistische varianten.
  • Laat de isometrische oefening aansluiten bij het thema van de veldtraining, zoals accelereren, maximale snelheid, afremmen of veranderen van richting.
  • Plaats de belangrijkste isometrische oefening vroeg in de krachttraining wanneer deze een centraal ontwikkeldoel vormt.
  • Individualiseer de belasting op basis van krachtprofiel, wedstrijdminuten, herstelvermogen, pijnrespons en de reactie op eerdere trainingsprikkels.

Wanneer deze uitgangspunten goed worden toegepast, kan isometrische krachttraining een waardevolle aanvulling zijn op krachttraining, sprinttraining en veldbelasting. De grootste winst zit daarbij niet alleen in wat je traint, maar vooral in wanneer, waarom en bij welke speler je een bepaalde prikkel inzet.

Ben jij benieuwd hoe je Isometrische Krachttraining kunt inzetten bij jouw spelers?

Meld je dan aan voor de gratis online masterclass De Kracht van Isometrische Training (deel 1) op woensdag 12 augustus 2026 (20.00-20.45 uur), verzorgd door Darsenio Biezen, fysiotherapeut van het eerste elftal van AZ Alkmaar.

Tijdens de JES Soccer Performance Day 2026 op zondag 23 augustus in Zwolle verzorgt Darsenio vervolgens een verdiepende theorie- én praktijksessie. Je leert hoe je isometrische krachttraining periodiseert, toepast binnen performance en revalidatie, én hoe je spelers test, monitort en traint met onder andere de VALD ForceDecks, ForceFrame en DynaMo.

De online masterclass is vanaf 14 augustus gratis terug te kijken in de JES Leeromgeving voor JES Members en deelnemers aan de JES Soccer Performance Day.

Artikel delen:

Ook interessant

Wat is isometrische krachttraining? 6 veelgestelde vragen uitgelicht

In de komende blogs duiken we dieper in de wereld van isometrische krachttraining. Een trainingsvorm die de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt binnen de sportwereld, maar voor veel trainers, performance coaches en fysiotherapeuten nog relatief onbekend is.

In deze eerste blog beantwoorden we de vraag: Wat is isometrische krachttraining? Aan de hand van zes veelgestelde vragen nemen we je mee in de belangrijkste basisprincipes en ontdek je waarom deze trainingsvorm steeds vaker wordt toegepast binnen performance, blessurepreventie en revalidatie.

Spiervezeltypes, spelersprofielen en H.I.I.T.

Waarom reageren sommige spelers beter op duurtraining, terwijl anderen juist floreren bij snelheid- en explosiviteitstraining? In deze blog gaat Daan Ganzinga -Performance Coach bij Cambuur Leeuwarden, dieper in op de onderwerpen Profiling, Spiervezeltypering en H.I.I.T.

Ron Jans gastdocent JES Soccer Performance

Ron Jans gastdocent JES Soccer Performance voor de opleiding Prestatiepsychologie / Mentale Trainer in de Sport bij JES Soccer Performance. Deze exclusieve 5 daagse KNVB geaccrediteerde opleiding start woensdag 16 september 2026 in Nijmegen en wordt slechts 1x per jaar aan maximaal 15 cursisten aangeboden.